Op een koude ochtend komt er een meneer in mijn spreekuur. Hij vertelt me dat hij hoofdpijn, pijn in zijn nek, concentratieproblemen en tegenwoordig ook een kort lontje heeft. Dit heeft hij zowel thuis als op de werkvloer. Als ik doorvraag, blijkt dat hij ook last van spanning heeft en dat hij slecht slaapt. Mede doordat hij ’s nachts veel pijn in zijn nek heeft.

Wat is de oorzaak?

Het eerste dat ik doe, is zijn klachten medisch laten onderbouwen. Heeft hij overleg met de huisarts gehad? Is er volgens de huisarts specialistisch onderzoek of medicatie nodig? Oftewel zijn er rode vlaggen waardoor er andere begeleiding nodig is?

Ondertussen geef ik hem adviezen die sowieso herstelbevorderend voor zijn nek- en hoofdklachten zijn. Zo moet hij zijn vochtpeil goed houden en adviseer ik hem om meerdere keren (per dag) te wandelen. Met wandelen bedoel ik een doorlooptempo waarbij zijn armen mee zwaaien. In de loop van het halfuur gaat zijn jas een stukje open.

Een week later spreek ik hem weer. De huisarts heeft mijn vermoeden bevestigd dat zijn klachten als gevolg van spanning zijn ontstaan.

Herstelbevorderende adviezen van de inzetbaarheidsadviseur

Ik bespreek met de werknemer dat bewegen en op het werk bewegelijk zijn herstelbevorderend werkt. Ondertussen merk ik dat de werknemer terug neigt te vallen in zijn oude overtuiging. Hij gelooft dat hij het niet kan, omdat hij denkt dat hij teveel pijn heeft.

Om met de werkopbouw verder te kunnen, is het belangrijk dat de werknemer mij en mijn expertise vertrouwt. Voor hem is het van belang om te beseffen dat de pijnklachten als gevolg van spanning en spierstijfheid zijn ontstaan. Er is niets kapot in zijn lichaam en er kan ook niets kapot gaan als hij beweegt. Het is voor hem juist een oplossing om te bewegen, afleiding te zoeken en aan het werk te gaan.

Het prettige aan deze overlegmomenten met de werknemer is dat hij zich gehoord en begrepen voelt. Van hieruit wil hij meewerken aan de werkopbouw en dit verder intensiveren. In plaats van wat hij eigenlijk wilde, namelijk de werkopbouw verminderen.

Arbo arts Enschede minder nodig

Het voordeel voor jou als werkgever is dat de werknemer door deze aanpak sneller weer aan het werk is! Vanuit mijn rol als inzetbaarheidsadviseur neem ik in de eerste week al contact met de werknemer op. Ik heb wekelijks of om de week contact met hem. Hierdoor kan ik direct al met herstelbevorderende adviezen beginnen. En hoef ik niet te wachten op de arbo arts.

In de meeste gevallen is het zo dat iemand die spierspanningsklachten heeft, binnen 2 á 3 weken vooruit gaat. Als dit niet het geval is, kan er een psychische factor zijn die negatieve invloed op de spanning heeft. Op dat moment werk ik adequaat samen met de arbo arts. Zij heeft in week 6-8 een gesprek met de werknemer en kijkt wat er verder nog speelt.

Waar de meeste arbodienstverleners deze werknemer pas in week 6-8 voor het eerst zien, heb ik de werknemer dan al 3 keer gezien. Doordat ik in week 1 al met herstelbevorderende adviezen begin en stuur op het fysieke deel, komen de meeste werknemers niet eens bij de arbo arts terecht. Door mijn adviezen zijn ze meestal binnen 6 weken hersteld. En hoef jij de arbo arts niet eens in te schakelen. Dat scheelt geld, tijd en een hoop gedoe!

Jinke Kothman

Jinke Kothman

Inzetbaarheidsadviseur

Wil je meer lezen?

We delen graag onze kennis met je via onderstaande blogs.

Wanneer schakel je als bedrijf een arbodienst in?

Wanneer schakel je als bedrijf een arbodienst in?

Wanneer moet je als bedrijf een arbodienst inschakelen? Een mooie vraag die we graag aan Jinke Kothman stellen, inzetbaarheidsadviseur bij Pro Corpus. “Vanuit mijn functie als inzetbaarheidsadviseur zie ik dat bedrijven een arbodienst op verschillende momenten...

Lees meer